Mevrouw de Boer blogt februari 2020

Op een druilerige zondag zaten we in de auto toen mijn vriend Paul ineens vroeg: wat denk jij: gaan we een huis kopen, of gaan we eerst nog iets geks doen? Nog vóór hij uitgesproken was riep ik: iets geks doen! Dat huis komt daarna wel. Dat is zo'n helder intuïtief moment: je wéét het gewoon, zonder te weten hoe. Als daarna je ratio en reptielenbrein om de hoek komen kijken, volgen allerlei vragen en overwegingen, angsten en overtuigingen die je stuk voor stuk van je plan af kunnen houden. Maar diep van binnen wist ik gewoon: dit is wat we gaan doen. Ruim een jaar later, op 16 december 2012 vertrokken we naar Zuid-Amerika. Doodeng en helemaal fantastisch. Vastberaden om een jaar later met een backpack vol ervaring en levenslessen terug te keren.

We ontdekten het hiken. In Torres del Paine, een nationaal park in Chili, volgden we een wandelroute van een paar dagen. Alleen wij, de natuur en hier en daar een andere wandelaar. Dat was ontzettend bijzonder dus we gingen opzoek naar ons volgende doel. Dat werd nationaal park Nahuel Huapi in Bariloche in Argentinië. We informeerden of we voldoende ervaring hadden en kozen een vrij eenvoudige trail van vijf dagen. We kochten een kaart, sloegen eten in voor zeven dagen en bereidden ons voor. Totaal onwetend over wat ons daar te wachten stond.

De eerste dag was geweldig, we genoten van de prachtige natuur en het uitdagende wandelpad. We kwamen op tijd bij de campsite aan en spraken met andere wandelaars over de hike van de volgende dag. We besloten vroeg te vertrekken want dit pad zou iets uitdagender worden. Nou, die belofte is waargemaakt. De route in dat park wordt aangegeven met torentjes van stenen, op elkaar gelegd door wandelaars die dat punt zijn gepasseerd. Het is ook meteen de énige routemarkering. Na een klein uur kwamen we op een veld, vól met stenen. Groot, klein, uitgestrekt over honderden meters. Met geen mogelijkheid konden we het torentje van onze route vinden. We hadden wel een kaart waarmee je richting kon bepalen, maar waar je niet het juiste pad op kon vinden. We ontmoetten een groep van vier ervaren wandelaars. Vol goede moed trokken we met hen verder, een dag later zaten we weer op het juiste pad. Hoera! Dat gaf vertrouwen.

Nog geen uur later raakten we het pad alweer kwijt. We volgden dezelfde strategie als daarvoor: in overleg via de kaart de richting bepalen en hopen dat we het pad weer zouden vinden. Dat overleg gaf wat discussie. Paul wist zeker dat we links moesten, zij waren ervan overtuigd dat rechts de juiste weg was. De gebrekkige communicatie hielp ook niet. Zij waren Argentijns en spraken gebrekkig Engels, wij spraken zeer gebrekkig Spaans. Paul en ik keken elkaar aan. Wat moesten we doen? Het was duidelijk dat zij hoe dan ook, met of zonder ons, naar rechts zouden gaan. Ik geloofde Paul en vertrouwde volledig op zijn richtingsgevoel. Maar dan waren we met z'n tweeën. Mocht onderweg met één van ons iets gebeuren (na onze ervaring met die tocht niet geheel ondenkbaar), dan zouden we voor een onmogelijke keuze staan: laat je de ander achter om hulp te halen? Of blijf je bij elkaar in de hoop dat er hulp komt?

We besloten dat bij elkaar blijven voor nu het belangrijkste was. We gingen mee naar rechts. We belandden in riskante situaties: een bergkam met allemaal losse stenen, een berg afdalen in de motregen met slecht zicht en een glad pad. Maar de extreemste situatie moest nog komen. We kwamen op een punt waar we niet verder konden, op een hoogte van 1.500 meter. Met aan de ene kant een niet te beklimmen berghelling. En aan de andere kant: een steile afgrond met vlak daaronder een groot meer. We zagen daarop stipjes bewegen. Boten, vermoedden we.

Wat we ook probeerden, hoe vaak we de kaart ook bekeken, we vonden geen andere uitweg dan dezelfde weg terug. Het werd al donker, de wind zette op en het begon hard te regenen. We werden gedwongen een tent op te zetten en samen in één tent te kruipen. Met hulp van grote stenen rondom de tent hoopten we dat de boel niet zou wegwaaien. Onze schoenen en backpacks moesten buiten, anders zouden we er niet met zes personen in passen. We kropen dicht tegen elkaar aan om het warm te krijgen. We deden amper een oog dicht en luisterden vol spanning naar de storm die buiten woedde. In de hoop dat we veilig waren.

De volgende ochtend gingen we buiten polshoogte nemen. We zagen dat er niet zomaar een storm was geweest, het was een sneeuwstorm. Alles was bevroren. Dat was voor ons de druppel. Paul en ik keken elkaar één keer aan en we wisten: we gaan Pauls plan volgen. Hij liet zien welke richting we zouden lopen én dat hij ons zou leiden. Hij stelde geen vragen en ging niet in discussie, dit was hoe we het gingen doen, punt. Ik vulde hem aan en vertelde dat we bij elkaar bleven en voor elkaar moesten zorgen als iemand er doorheen zat. Paul liep voorop, ik achteraan, tussen ons in vier Argentijnen met een slaapzak en sportschoenen als wandelkleding. Dit was pure intuïtie en overlevingsinstinct.

Na een paar uur lopen, inmiddels weer in de warme zon, kwamen we een torentje tegen. Echt waar: we hebben gedanst, elkaar omhelst en tranen van geluk gehuild! Nog een paar uur later kwamen we bij een vuurplek aan, waar we besloten te lunchen. Een reddingswerker kwam naar ons toe. Hij was ons aan het zoeken en in het bijzonder, de vier Argentijnen. Zij waren in plaats van zeven, al tien dagen in het park. Hun ouders waren ongerust, ze hadden de reddingsdienst ingeschakeld. Honden, helikopters en boten waren naar ons op zoek geweest. Die stipjes die we op het meer hadden gezien, waren dus naar ons op zoek geweest..!

De volgende dag werden we wakker in ons hostel en pas toen kwam werkelijk bij ons binnen hoe levensgevaarlijk onze situatie was geweest. We konden alleen maar huilen. Maar in de gesprekken die we met zijn tweeën voerden, kwamen ook heel mooie levenslessen naar boven. En ontzag voor het leven en de natuur. Eén ding wisten we zeker: onze intuïtie had ons leven gered. En misschien ook wel het leven van de vier Argentijnen. Stel je voor dat wij zonder hen verder waren gegaan.

Dit is natuurlijk een extreme situatie, maar het zal je weinig moeite kosten om voor jezelf een voorbeeld te noemen waar je intuïtie sprak. Zonder redenatie wéét je wat de juiste keuze is. Juist, maar niet per se gemakkelijk. Het is een onderbuikgevoel dat je in je dagelijkse leven soms liever negeert, omdat doen of zeggen wat een ander verwacht de minste weerstand geeft. En weerstand kunnen we niet gebruiken in ons toch al drukke leven. Maar de vraag is, wat zou er gebeuren als je wél gehoor geeft aan je intuïtie? Je zal zien: je voelt je energiek en je kunt snel en gemakkelijk beslissingen nemen zonder om te kijken, want jij staat aan het roer. Negeer je je intuïtie (te) vaak, dan kun je het gevoel ervaren van stuurloos zijn, geleefd worden. Je hebt namelijk geen kaart, geen richting om je doel te bereiken.

Als je ervan overtuigd bent dat je ooit je doel zal bereiken en daarbij durft te vertrouwen op je kompas, dan zál je op een dag jouw doel bereiken. Stel je eens voor hoe je je dan voelt en wat dat voor jou zou betekenen? En misschien nog wel een belangrijkere vraag: wat als je jouw doel nooit bereikt? Als die gedachte je niet zoveel doet, is dat dan wel het juiste doel? Is het echt joúw doel? Ik denk dan altijd aan deze uitspraak: als je niet jouw droom volgt, dan volg je vanzelf de droom van iemand anders. En heel eerlijk: dat kan niet de bedoeling zijn.

Wat is jouw doel? Ben je al op weg of sta je nog aan de voet van de berg? En: vertrouw je op jouw kompas? Vind je het interessant hierover na te denken, of heb je vragen over wat de impact op jouw leven zou zijn? Ga dan het gesprek aan met Mevrouw de Boer! Stuur een e-mail voor een afspraak om te bespreken wat wij voor je kunnen betekenen. Waag de sprong en voor je het weet ben je (weer) aan het lopen richting jouw top.

Rianne